jouw plek voor inspiratie

Ayurveda en een pleidooi voor biologische voeding
Een ayurvedische kijk op de voedingscyclus

Inleiding Ayurveda biologische voeding


Het woord Ayurveda is op te splitsen in Ayur, hetgeen ‘leven’ betekent, en Veda, hetgeen ‘kennis’ betekent. In die zin komt het woord Ayurveda erg dicht bij de vertaling van het westerse begrip ‘biologie’: Bios is het Griekse woord voor ‘leven’ en Logos is het Griekse woord voor ‘kennis’. Biologische voeding zou je dus puur ‘voor de grap’ kunnen vertalen met ‘ayurvedische voeding’. Gelukkig is dat niet de enige link die er op dit gebied te leggen is! Biologische voeding – ook al is het een modern begrip – valt in alle opzichten binnen de klassieke benadering van Ayurveda waar het gaat om voeding van het lichaam, en haar weefsels en cellen. Ayurveda heeft in haar gehele geschiedenis voeding gezien als remedie of (preventief) medicijn nummer één. Voeding is de basis van ons lichaam. Voeding wordt volgens Ayurveda ons lichaam, en beïnvloedt (daarmee) tevens onze geest. Voeding begint volgens Ayurveda bij de aanbouw van planten en dergelijke, en eindigt nog lang niet bij het eten ervan. Binnen het lichaam zelf bestaat nog een hele keten van processen van metabolisme: het opnemen, omzetten en absorberen van velerlei voedingstoffen voor velerlei weefsels alsmede functies. Biologische voeding hoort om die reden – en wegens nog een aantal andere aspecten die in dit artikel aan de orde komen – volledig thuis binnen een moderne benadering en toepassing van deze oude wetenschap.

Indiase vaidyas en biologische voeding

De reactie van meerdere Indiase ayurvedische artsen op het verschijnsel ‘biologische voeding’, zoals zij dat in het westen aantroffen, was aanvankelijk veelal enigszins sceptisch. Waarom zouden we meer betalen voor zogenaamde biologische voeding als andere – gewone – voeding ook beschikbaar is? Is dat niet weer zo’n overdreven westers modeverschijnsel? In India bestond tot voor kort het gegeven ‘biologische voeding’ eigenlijk niet. Nu begint het ook daar ineens te voorschijn te komen. India schakelt steeds meer over op biologische landbouw. Die tendens is begonnen met de biologische aanbouw van een aantal ayurvedische kruiden, zoals bijvoorbeeld Tulsi (Indiase basilicum variant). Veel ayurvedische artsen hielden zich de laatste decennia vooral bezig met een nogal elliptische benadering van ook de ayurvedische geneeskunde. Symptomen zouden ayurvedisch goed te bestrijden zijn door middel van het inzetten van de juiste ayurvedische remedies die daarvoor ontwikkeld waren. Maar daarmee gingen ook zij – naar het voorbeeld van de westerse benadering – voorbij aan het klassieke ayurvedische gegeven dat remedie nummer één bestaat uit voeding en leefstijl. Alle klassieke ayurvedische boeken beginnen met hoofdstukken over leefstijl, waarbij ook de belangrijke harmonie met de natuur een rol speelt. Zelfs wordt opgemerkt dat het slecht omgaan met moeder natuur uiteindelijk leidt tot meer aandoeningen en epidemieën bij mensen. Na leefstijl volgen uitgebreide hoofdstukken over voeding. Voeding werd en wordt in Ayurveda gezien als preventieve én genezende remedie. De reden daarvan is dat voeding – meer dan medicinale planten – verantwoordelijk is voor de opbouw van alle lichaamsweefsels. Die weefsels voeden elkaar in een bepaalde volgorde binnenin het lichaam. Optimale kwaliteit van deze weefsels is van belang voor een lichaam met weerstandsvermogen, kracht en weerstand. Vervuiling – onder andere met pesticiden – leidt in die optiek tot minder goede weefsels, en daarmee uiteindelijk tot een verminderde weerstand.

Voeding, weefsels en weerstand


Er zijn volgens Ayurveda zeven lichaamsweefsels die elkaar intern in een bepaalde volgorde voeden en ondersteunen. Voeding wordt volgens Ayurveda gezien als zeer belangrijk om dit proces  van interen voeding goed te laten verlopen en alle weefsels van hoogwaardige substantie te voorzien. Daarbij spelen de drie Doshas (Vata, Pitta en Kapha) en hun evenwicht een rol, maar belangrijk blijft tevens de hoogwaardigheid van de voeding. Dat wil zeggen: goede, schone, niet vervuilde voeding. Dat is des te belangrijker gegeven het feit dat Ayurveda deze zeven weefsels ziet als precursors van een andere substantie – Ojas genaamd – die dient als een hoogwaardig en verfijnd substratum voor ons immuunsysteem. We worden in die zin – volgens Ayurveda – dus letterlijk wat we eten. Geen ayurvedische arts kan daaraan voorbij gaan. Vandaar dat in de meest recente ontwikkelingen binnen Ayurveda aan de hoogwaardigheid en zuiverheid van voeding ineens – en terecht – weer een belangrijke plaats toegekend is. Biologische voeding staat het meest voor die hoogwaardigheid en zuiverheid. Het is overduidelijk dat biologische voeding schoner is dan met (vaak petrochemische) pesticiden bewerkte andere voeding. Het is bewezen dat biologische voeding meer voedingstoffen bevat, die meer geconcentreerd zijn en in betere verhoudingen tot elkaar staan: op die manier draagt zij volgens Ayurveda meer bij aan een evenwichtige voeding van alle weefsels en op die manier aan een betere weerstand. Het is niet bewezen dat biologische voeding meer Prana bevat dan andere voeding, puur wegens het feit dat Prana naar westers wetenschappelijke maatstaven niet te meten is. Maar volgens Ayurveda is het wel een belangrijk extra aspect: een energetisch aspect dat in de wereld van kruidenremedies en traditionele plantgeneeskunde wel degelijk een plaats toegekend krijgt.

Lokale biologische voeding en Agni ofwel metabolisme


Ayurveda let bij voeding op een belangrijk principe, namelijk Agni. Agni is de kracht van het lichaam om voeding te vereteren, om te zetten, te absorberen en te assimileren. Een goede Agni wordt volgens Ayurveda ondersteund door voeding die uit de eigen (schone) en natuurlijke omgeving komt. Niet alle biologische voeding voldoet daaraan, maar er is binnen de wereld van biologische voeding wel een tendens om meer nadruk te leggen op de waarde van lokale voeding. Biologische voeding houdt de drie Doshas meer in balans – nog onafhankelijk van iemands individuele constitutie – en zorgt daarmee voor een beter werkende Agni. Er is volgens Ayurveda een belangrijke Agni in het maagdarmkanaal, en meerdere subvormen van Agni in lever en lichaamsweefsels. Al deze Agni’s ondersteunen optimale opname en omzetting van geconsumeerde voeding. Een goed werkende Agni is dus van belang voor goede metabolische eindproducten, waaronder ook Ojas – de basis voor ons immuunsysteem. Chemische substanties – zoals pesticiden – verstoren Agni en verminderen de weerstand. Ze verminderen ook de kwalitatieve kracht – ofwel Bala – van de weefsels, terwijl het juist de rol van goede voeding is om die Bala – ofwel kracht – van de weefsels te voeden en te ondersteunen. Zonder Bala voelen we ons slapper, lustelozer, minder energiek, etcetera. Een typisch voorbeeld – en tegenwoordig veel voorkomend probleem – van een chronisch verlies aan Bala zien we in het chronisch vermoeidheidssyndroom. In Ayurveda wordt dit syndroom ook wel aangeduid met de term Balakshaya (Kshaya betekent ‘verlies van’).

Ayurveda en reiniging van de weefsels


Veel ayurvedische remedies en behandelingen richten zich op het reinigen en het daarna weer sterk maken van de lichaamsweefsels. Methoden zoals Pancha Karma zijn gespecialiseerde vormen van reiniging en revitalisering. Zuivere en revitaliserende voeding neemt binnen Pancha Karma daarbij een belangrijke plaats in. Het ligt voor de hand hier in deze moderne tijden vooral gebruik te maken van biologische voeding. Het zou tegen de aard van de reiniging in gaan om het lichaam weer op te bouwen met voeding die chemisch behandeld en vervuild is. Voor een diepere revitalisering dienen alle weefsels weer goed en sterk opgebouwd te worden. De laatste van de zeven lichaamsweefsels – de Shukra daad, ofwel reproductieweefsel – neemt daarbij echter nog een extra belangrijke plaats is. Reproductieweefsel heeft de neiging – als laatste in een keten – om cumulatief bepaalde gifstoffen op te slaan. Dat zou niet zo’n probleem zijn als dit reproductieweefsel verder geen nut zo hebben. Maar dat heeft het – naar de naam aanduidt – juist wel: het moet zorgen voor het creëren van ‘nieuw leven’. Binnenin het lichaam in de vorm van Ojas – ofwel weerstand – en buiten het lichaam in de vorm van kinderen. Wanneer het reproductieweefsel (cumulatief) beladen is met chemische pesticiden en de metabolieten daarvan, dan kan dat een negatieve invloed hebben op ‘nieuw leven’ in en buiten het lichaam. De recente en snel toenemende problemen met zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten van spermacellen zijn hier een goed voorbeeld van. Met name petrochemische afvalstoffen (zoals ook pesticiden dat veelal zijn) ‘stapelen’ zich in het reproductieweefsel. Daarnaast hebben alle petrochemische producten een sterk oestrogene werking, hetgeen ook hormonaal allerlei ongewenste effecten kan hebben.

Ayurvedische geneeskunde voor planten


Ayurveda kende een aparte tak van geneeskunde voor planten. Daaronder viel de zorg voor planten in het algemeen alsmede de behandeling van zieke planten. De inzet van natuurlijke pesticiden was daarin een vanzelfsprekend gegeven. Een bekend voorbeeld van een ayurvedische natuurlijke pesticide is Neem. Neem wordt vandaag de dag op grote schaal in de biologische landbouw ingezet. Een sterke en gezonde natuurlijke omgeving – evenwichtig en schoon – ondersteunt het best een natuurlijk organisme zoals ieder mens dat is, voorzien van een interne omgeving die ook sterk, gezond, in evenwicht en schoon dient te zijn. Biologische voeding – behandeld met ‘bio-logische’ pesticiden – is vanuit die optiek vanzelfsprekend te prefereren boven andere vormen van voeding die chemisch behandeld zijn.

Biologische voeding en smaak


Volgens Ayurveda speelt smaak (Rasa) een belangrijke rol bij de medicinale en weefselopbouwende rol van voeding. Moderne teelt van voeding heeft vaak geleid tot meer bulk en omvang van voedingssubstanties en –soorten. Desalniettemin is bekend dat vooral de betere restaurants biologische voeding inkopen wegens de aanmerkelijk betere en meer complete smaak van biologische voeding. Ayurveda kent zes smaken en kent aan smaak in het algemeen een belangrijke rol toe; zowel wat betreft de werking van voeding op het lichaam, als wat betreft de werking van voeding op geest en emoties. De positieve werking van authentieke, niet gemanipuleerde en zuivere smaken wordt recentelijk ondersteund door de slow food promotors, die dit concept en de praktijk ervan onder andere onderwijzen aan de University of Gastronomic Sciences in Italië. Op deze school wordt onder andere ook aandacht gegeven aan de invloed van authentieke smaak op het beschikbaar maken van intelligentie in het menselijk brein. Ook Ayurveda ging uit van deze link tussen smaken, de geest en emoties. Een link die in ons taalgebruik nog steeds is terug te vinden in uitdrukkingen als: een zoete, bittere of wrange ervaring, enzovoorts. Biologische voeding biedt pure en meer geconcentreerde smaken. Daarmee wordt de consument ervan een meer complete en meer gezonde ervaring van voeding aangeboden, een ervaring die lichaam en geest positief ondersteunt. Mensen die enige tijd biologische voeding gegeten hebben, ervaren vaak ook een andere en diepere beleving van smaak die meer bevrediging geeft. Interessant genoeg heeft in het Sanskriet het woord voor smaak – Rasa – ook de betekenis van bevrediging en het (levens) enthousiasme dat daaruit voortkomt.

Biologische ‘Demeter’ voeding en Ayurveda


Ayurveda heeft bij het oogsten van voeding of van kruiden in vroeger tijden altijd rekening gehouden met de stand van de zon en de maan. Zon en maan beïnvloeden de aard van planten en voeding op het moment van oogsten. De zon geeft een invloed van straling en warmte, de maan heeft meer een verkoelende en een meer ‘sappige’ invloed. Dergelijke connecties treft men ook aan binnen de ‘Demeter’ stroming van biologisceh voeding van antroposofische bedrijven. Ook daar spelen invloeden van tijd – van de dag, van het seizoen, of van planetaire bewegingen – een rol bij de aard en kwaliteit van door de mens te consumeren voeding. Naarmate er meer bekend wordt in de huidige wetenschap over planetaire stralings- en krachtvelden, is het interessant deze connecties verder op hun waarde te onderzoeken.

Een paar remedies van moeder natuur


Eerder in dit artikel is aan de orde geweest dat veel pesticiden een petrochemisch product zijn met een oestrogene werking. Tegelijkertijd is het de natuur die met natuurlijke remedies voor dit probleem komt om dit hormoonachtige effect van petrochemische substanties af te remmen of te stoppen. Vooral werkzaam zijn hier (goede biologische) soja alsmede planten en groenten met (donker)groene bladeren. Ook goed zijn alfalfa zaden (kiemen), hele granen, en lijnzaadolie – bij voorkeur natuurlijk ook hier weer van biologische kwaliteit.

Biologisch vlees en Ayurveda


In tegenstelling tot wat veel mensen aannemen, is Ayurveda wat betreft voeding niet geheel vegetarisch gericht. In de klassieke geschriften worden vele soorten vlees besproken, alsmede de typen mens (constitutie) en aandoeningen waar een soort vlees goed voor zou kunnen zijn. Het voert te ver om hier in te gaan op de medicinale werking van vlees en de context daarvan binnen Ayurveda. De moderne vleesconsumptie bestaat veelal uit niet biologisch vlees. Door de veelvuldige toepassing van pesticiden bij de teelt van (plantaardig) veevoer, de grote hoeveelheden antibiotica die melk- en slachtdieren krijgen, en het op grond van het feit dat dieren zich aan het eind van een natuurlijke etensketen bevinden, is er extra gevaar verbonden aan het consumeren van melkproducten en vlees van niet biologische aard. De stapeling van gifstoffen kan in deze substanties nog hoger zijn dan in plantaardige voeding. Vlees kan – ook volgens Ayurveda – voor mensen een goede en ondersteunende vorm van voeding zijn, maar dan moet het vlees voor zover mogelijk onbelast zijn en van dieren die uit een zoveel mogelijk natuurlijke omgeving komen.

Artikel voor Beyond Medicine
Auteur: Drs. Coen van der Kroon

0

Your Cart